Bijbel in een jaar

Dag 359 - Openbaring 6 tot en met 7 en Psalm 11

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 8:22

Vandaag lezen we Openbaring 6 tot en met 7 en Psalm 11 uit de NBV21

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 359.

Vandaag lezen we Openbaring 6 tot en met 7 en Psalm 11.   

---

Toen zag ik dat het lam één van de zeven zegels van het boek van God verbrak. En met een stem die klonk als de donder, zei één van de vier dieren: ‘Kom!’ Meteen zag ik een wit paard aankomen. De ruiter op het paard had een boog in zijn hand. Hij had gevochten en gewonnen, daarom kreeg hij een kroon. En hij vertrok, op weg naar nieuwe overwinningen.
Toen zag ik dat het lam het tweede zegel verbrak. En ik hoorde het tweede dier zeggen: ‘Kom!’ Ik zag nog een paard komen, een vuurrood paard. De ruiter op het paard kreeg een groot zwaard. Hij moest overal op aarde oorlogen beginnen, zodat de mensen elkaar zouden doden.
Toen zag ik dat het lam het derde zegel verbrak. En ik hoorde het derde dier zeggen: ‘Kom!’ Nu zag ik een zwart paard. De ruiter op het paard had een weegschaal in zijn hand. Tussen de vier dieren klonk een stem. De stem zei: ‘Zorg ervoor dat brood heel erg duur wordt. Maar olijfolie en wijn mogen niet duurder worden.’
Toen zag ik dat het lam het vierde zegel verbrak. En ik hoorde het vierde dier zeggen: ‘Kom!’ Nu zag ik een paard met een lichtgrijze kleur. De ruiter op het paard heette Dood en de dienaar die achter hem aan kwam, heette Land van de Dood. Zij kregen de macht over een vierde deel van de aarde. Daar lieten ze de mensen sterven door oorlogen, honger, ziektes en wilde dieren.
Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik onder het altaar de zielen van de gedode christenen. Ze waren gedood omdat ze over God en Jezus gesproken hadden. Nu riepen ze: ‘Heilige en betrouwbare Heer! Wanneer komt u om recht te spreken over de mensen op aarde? Wanneer gaat u de mensen straffen die ons gedood hebben?’
Er werd tegen de zielen gezegd dat ze nog een korte tijd geduld moesten hebben. Want eerst zouden er nog meer christenen gedood worden. Zo had God het bepaald. Maar elke ziel onder het altaar kreeg nu al witte kleren.
Toen het lam het zesde zegel verbrak, zag ik hoe er op aarde een zware aardbeving kwam. De zon werd zwart en de maan werd zo rood als bloed. De sterren vielen op de aarde, zoals vijgen die door een storm uit een boom worden geschud. Ook de hemel verdween, hij werd opgerold als een vel papier. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats.
Iedereen vluchtte in grotten en tussen rotsen in de bergen. Koningen, bestuurders, legerleiders en rijke mensen verborgen zich daar, samen met slaven en alle andere mensen. Allemaal riepen ze naar de bergen en rotsen: ‘Val op ons neer en verberg ons! Zorg dat God, die op zijn troon zit, ons niet kan zien. Bescherm ons tegen de woede van het lam. Want de grote dag is gekomen waarop God en het lam de mensen straffen. Wie kan er nu in leven blijven?’

---

Daarna zag ik vier engelen op de vier hoeken van de aarde staan. Ze hielden de vier winden tegen die over de aarde waaien. Daardoor kon het niet meer waaien, niet over het land, niet over de zee, en niet door de bomen. Zo moesten de engelen schade toebrengen aan de aarde en de zee.
Toen zag ik vanuit het oosten nog een engel komen. Hij had de zegelring van de levende God bij zich. Die engel riep met luide stem naar de vier andere engelen: ‘Breng nog geen schade toe aan de aarde, de zee en de bomen. Eerst moeten we een teken zetten op het voorhoofd van de dienaren van God.’
Ik hoorde hoeveel mensen het teken op hun voorhoofd kregen: in totaal 144.000. Ze kwamen uit alle stammen van Israël. Uit de stam Juda kwamen 12.000 mensen, uit de stam Ruben 12.000, uit de stam Gad 12.000, uit de stam Aser 12.000, uit de stam Naftali 12.000, uit de stam Manasse 12.000, uit de stam Simeon 12.000, uit de stam Levi 12.000, uit de stam Issachar 12.000, uit de stam Zebulon 12.000, uit de stam Jozef 12.000 en uit de stam Benjamin 12.000.
Daarna zag ik een grote groep mensen uit de hele wereld, van alle volken en talen. Het waren zo veel mensen dat niemand ze kon tellen. Allemaal hadden ze witte kleren aan en hielden ze palmtakken in hun handen. Samen stonden ze voor de troon van God en voor het lam. Ze riepen: ‘De redding komt van onze God, die op zijn troon zit, en van het lam.’
Rondom de troon van God stonden alle engelen. Samen met de 24 leiders van het volk en de vier dieren knielden ze voor God. En ze eerden hem met de woorden: ‘Amen! God verdient alle wijsheid, dank en eer, macht en kracht, altijd en overal!’
Eén van de 24 leiders vroeg mij: ‘Wie zijn die mensen in witte kleren? En waar komen ze vandaan?’
Ik antwoordde: ‘Ik weet dat niet, heer, maar u weet het wel.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn de mensen die bij Christus horen, die voor hen is gestorven. Zij hebben de tijd van het zware lijden meegemaakt, maar ze zijn Christus steeds trouw gebleven. Daarom mogen ze nu witte kleren dragen en voor de troon van God staan. Dag en nacht vereren ze hem in zijn tempel in de hemel.
God zal altijd bij hen zijn. Ze zullen geen honger of dorst meer hebben. Ze zullen geen last hebben van de hete wind en de brandende zon. Want het lam, dat vlak bij Gods troon staat, zal hen beschermen. Het lam brengt hen naar een bron met water dat eeuwig leven geeft. En dan zal God al hun tranen drogen.’

---

Een lied van David. Voor de zangleider.
Bij de Heer ben ik veilig.
Mensen zeggen tegen mij:
‘Vlucht naar de bergen,
vlucht zo snel als je kunt!
Want slechte mensen richten hun pijlen op jou,
ze vallen ’s nachts eerlijke mensen aan.
Het recht verandert in onrecht,
en goede mensen kunnen er niets tegen doen.’
Maar ik weet dat ik veilig ben bij de Heer.

De Heer woont in zijn heilige paleis.
Vanuit de hemel ziet hij de mensen,
hij weet wat ze denken.

De Heer kijkt of mensen goed of slecht zijn.
Hij haat mensen die geweld gebruiken.
Hij straft hen,
hij vernietigt hen met vuur.
Want hij is woedend.
De Heer is een eerlijke rechter,
hij houdt van mensen die goed doen.
Zij mogen bij hem komen.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 359.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap