Bijbel in een jaar

Dag 361 - Openbaring 10 tot en met 11 en Psalm 97

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 8:32

Vandaag lezen we Openbaring 10 tot en met 11 en Psalm 97 uit de NBV21

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap 

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 361.

Vandaag lezen we Openbaring 10 tot en met 11 en Psalm 97.

Toen zag ik opnieuw een machtige engel uit de hemel komen. Hij had een wolk als een mantel om zich heen, en boven zijn hoofd was een regenboog. Zijn gezicht straalde als de zon, en zijn benen leken op zuilen van vuur.
De engel hield een boekje open in zijn hand. Hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op het land. Toen gaf hij een luide schreeuw, die klonk als het brullen van een leeuw. Direct daarna hoorde ik zeven keer het geluid van de donder.
Ik wilde opschrijven wat de donder mij vertelde, maar een stem uit de hemel zei: ‘Wat de donder vertelt, moet geheim blijven. Schrijf het niet op!’
Ik keek naar de engel die op de zee en op het land stond. Hij deed zijn rechterhand omhoog en zei: ‘De tijd is voorbij! Dat zeg ik namens de God die altijd leeft, die de hemel, de aarde en de zee gemaakt heeft, en alles wat er is. Als de zevende engel op zijn trompet blaast, is het zover. Dan gaat alles gebeuren wat God van plan is, en wat hij al aan zijn profeten bekendgemaakt heeft.’
Toen hoorde ik de stem uit de hemel opnieuw. Hij zei tegen me: ‘Ga naar de engel die op de zee en op het land staat, en pak het geopende boekje dat hij in zijn hand heeft.’ Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. De engel gaf het aan mij en zei: ‘Eet dit boekje op. In je mond zal het zo zoet smaken als honing, maar in je maag zal het pijn doen.’
Ik pakte het boekje en at het op. Het smaakte zoet. Maar toen ik het opgegeten had, kreeg ik pijn in mijn maag.
Toen hoorde ik zeggen: ‘God gaat veel landen, volken en koningen straffen. Dat moet jij opnieuw aan de mensen gaan vertellen.’

---

Daarna kreeg ik een meetstok, en iemand zei: ‘Ga Gods tempel en het altaar opmeten. En tel de mensen die in de tempel God vereren. Het plein voor de tempel hoef je niet op te meten, want dat plein is voor de ongelovigen. Zij zullen drieënhalf jaar lang over de heilige stad heersen.
Ik zal mijn twee profeten naar de stad sturen. Ze zullen rouwkleren dragen, en vertellen dat Gods straf zal komen. Dat zullen ze drieënhalf jaar lang doen.’
De twee profeten zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars die voor God staan, de Heer van de wereld. Als iemand die profeten kwaad wil doen, dan komt er vuur uit hun mond. Op die manier zullen ze al hun vijanden doden. Want iedereen die hun kwaad wil doen, moet sterven.
Die twee profeten zullen ervoor zorgen dat er geen regen meer valt. Want zolang ze over God vertellen, hebben ze de macht om de hemel te sluiten. Ze hebben ook de macht om water in bloed te veranderen. En ze kunnen op aarde allerlei rampen laten gebeuren, zo vaak als ze willen.
Drieënhalf jaar lang zullen de twee profeten over Gods plannen vertellen. Dan zal het beest uit de hel omhoogkomen. Dat beest zal tegen de profeten strijden, hen overwinnen en hen doden. Hun lichamen zullen midden in de grote stad liggen, in de stad die door sommigen Sodom genoemd wordt, of Egypte. Het is de stad waar Jezus gedood is.
Er zullen veel mensen naar de lichamen komen kijken, mensen uit de hele wereld, van alle volken en talen. Die mensen willen niet dat de profeten begraven worden. In plaats daarvan vieren ze drieënhalve dag feest. Ze zijn blij en feliciteren elkaar omdat de profeten dood zijn. Want die profeten waren de oorzaak van allerlei ellende.
Na die drieënhalve dag zal God het leven aan de profeten teruggeven. Ze zullen opstaan uit de dood. Iedereen die het ziet, zal erg schrikken.
Dan klinkt er een luide stem uit de hemel, die tegen de profeten zegt: ‘Kom hierheen!’ En de profeten zullen op een wolk naar de hemel gaan, terwijl hun vijanden toekijken.
Op hetzelfde moment komt er een zware aardbeving, die een tiende deel van de stad zal verwoesten. Zevenduizend mensen zullen door de aardbeving gedood worden. Alle andere mensen zullen bang worden, en de God van de hemel beginnen te eren.
Als dat gebeurd is, is de tweede ramp voorbij, maar de derde ramp zal snel volgen!
Toen blies de zevende engel op zijn trompet. En in de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu is de Heer, onze God, koning van de wereld, samen met de messias. Zij zullen voor altijd heersen.’
De 24 leiders van het volk, die op hun tronen bij God zaten, knielden. Ze eerden God en zeiden: ‘Heer, onze God, u bent de machtige God, die er is, en die er was. Wij danken u, omdat u nu uw grote macht gebruikt en laat zien dat u koning bent.
De ongelovigen zijn kwaad en verzetten zich, maar u laat nu ook zelf uw woede zien. Want de tijd is gekomen om recht te spreken over de doden. Het is tijd om uw dienaren, de profeten, te belonen, net als de gelovigen en alle anderen die uw naam eren. En het is tijd om iedereen te vernietigen die de aarde wil vernietigen.’
Toen ging Gods tempel in de hemel open en de heilige kist werd zichtbaar. Meteen kwam er bliksem en donder, de aarde beefde, en het ging hard hagelen.

---

De Heer is koning.
Juich, aarde, juich!
Landen van oost tot west, wees blij!

De Heer is een goede koning.
Een donkere wolk is om hem heen,
en vuur gaat voor hem uit.
De vlammen verbranden zijn tegenstanders.

Zijn bliksems verlichten de wereld.
De aarde ziet het en beeft.
Als de Heer verschijnt,
verdwijnen de bergen.
Ze smelten weg als sneeuw,
voor de Heer van de hele aarde.

De hemel zegt: ‘God is goed.’
Alle volken zien Gods macht.
Mensen die beelden vereren,
en trots zijn op hun afgoden,
die mensen zullen zich schamen.
Alle goden zullen buigen voor de Heer.

Als de inwoners van Sion dat horen,
is iedereen gelukkig.
Alle mensen in de steden van Juda juichen,
omdat de Heer hen beschermt.
De Heer is de allerhoogste op de hele aarde.
Hij is machtiger dan alle andere goden.
Alle mensen die de Heer liefhebben,
moeten het kwaad haten.
De Heer beschermt zijn volk,
hij beschermt de mensen die hem trouw zijn.
Hij redt hen uit de macht van zijn vijanden.
Voor goede en eerlijke mensen wordt het licht,
voor hen komt er vreugde.
Laten ze blij zijn met de Heer.
Laten ze juichen, want hij is heilig!

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 361.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap