Bijbel in een jaar
Bijbel in een jaar
Dag 362 - Joël 1 tot en met 4
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Vandaag lezen we Joël 1 tot en met 4 uit de NBV21
🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap
Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.
Dit is dag 362.
Vandaag lezen we Joël 1 tot en met 4.
Joël, de zoon van Petuel, was een profeet. De Heer sprak tegen hem. Nu volgt wat Joël van de Heer moest zeggen.
Leiders en inwoners van Juda, luister naar mij. Luister allemaal goed! Jullie weten dat er vroeger sprinkhanen geweest zijn. Die hebben alles opgegeten. Ze hebben alle planten kapotgemaakt en alle bladeren opgegeten. Ze aten door totdat er niets meer over was.
Jullie moeten dat vertellen aan je kinderen, en zij moeten het aan hun kinderen vertellen. Iedereen moet het steeds weer doorvertellen. Want er is nog nooit zo’n ramp gebeurd! Jullie hebben nog nooit zoiets ergs meegemaakt.
Huil maar als je graag dronken bent! Klaag maar als je van wijn houdt! Want er is geen wijn meer om te drinken. Alle druiven zijn opgegeten door de sprinkhanen. Nergens hangen meer vijgen in de bomen, en overal liggen kale takken en dode bomen.
De sprinkhanen die het land aangevallen hebben, leken op een heel groot leger. Ze waren niet te tellen. En hun tanden waren zo scherp als de tanden van leeuwen.
Trek rouwkleren aan en huil! Net zoals een bruid huilt als haar bruidegom sterft.
De priesters van de Heer huilen, want de velden zijn verwoest. Er groeit geen koren meer op het land, en de druivenplanten zijn dood. Daarom kan niemand graan of wijn naar de tempel brengen om te offeren. En er zijn ook geen olijven meer om olie van te maken.
Boeren, stop met werken en huil! Want er groeit geen koren meer op het land. De oogst is helemaal verwoest, en ook in de wijngaard is geen werk meer. Want alle druivenplanten en fruitbomen zijn dood, alle vruchten zijn verdwenen. En ook het plezier van de mensen is verdwenen.
Priesters, trek rouwkleren aan en klaag. Dienaren van God, blijf de hele nacht wakker en huil! Want niemand brengt nog offers in de tempel van God.
Kies een dag uit waarop iedereen naar de tempel moet komen. Niemand mag die dag iets eten of drinken. Roep alle leiders en inwoners van Juda bij elkaar. Want iedereen moet bidden tot de Heer, jullie God.
De dag dat de Heer komt, is dichtbij. Die dag zal verschrikkelijk zijn! De machtige God zorgt voor een tijd van grote rampen. Dat kun je nu al zien, want er is niets meer te eten. En niemand is meer vrolijk in de tempel van de Heer.
De grond is droog en er kan niets meer groeien. Ook het eten dat bewaard werd, is weg. Want de schuren met graan zijn afgebroken. Nergens is meer eten te vinden. Je hoort koeien loeien van de honger. Schapen zoeken overal naar eten, maar ze vinden nergens gras.
Ik bid tot u, Heer. Want de velden zijn droog door de hete zon, en alle bomen zijn dood. Door de rivieren stroomt geen water meer. Zelfs de wilde dieren roepen om u.
---
Luister allemaal goed! De dag dat de Heer komt, is dichtbij! Iedereen moet bang zijn voor die dag. Waarschuw daarom voor het gevaar, blaas op de trompet op de heilige berg Sion. Want die dag is een heel donkere dag. Het is een dag met dikke, dreigende wolken.
Er komen nog veel meer sprinkhanen. Ze lijken op een heel groot leger. Als ze dichterbij komen, zie je pas hoe veel het er zijn. Nog nooit zijn er zo veel sprinkhanen geweest, en er zullen ook nooit meer zo veel sprinkhanen komen. Voordat ze er zijn, is het land net zo mooi als de tuin van Eden. En als ze weer weg zijn, is alles net zo dood als in de woestijn. Dan kan er niets en niemand meer leven.
De sprinkhanen lijken op paarden. Ze rennen hard en zijn klaar voor de strijd. Je hoort ze aankomen! In de verte klinkt het als het lawaai van paarden en wagens. Maar als ze dichtbij zijn, klinkt het als droge takken die knetteren in een vuur.
De sprinkhanen lijken op sterke soldaten, die klaar zijn voor de strijd. Als ze komen, is iedereen bang. Iedereen wordt wit van schrik.
De sprinkhanen zijn niet bang. Ze rennen naar voren en klimmen als soldaten over de stadsmuur. Ze lopen naast elkaar, en niet één verlaat zijn plek. Niet één duwt een ander opzij, allemaal hebben ze hun eigen plaats. Het helpt niet om er een paar te doden, want hun leger blijft altijd even sterk.
De sprinkhanen vallen de stad aan. Ze klimmen over de muren en gaan de huizen binnen. Ze klimmen als dieven door de ramen.
De Heer zal komen met zijn leger. Zijn leger is groot en machtig, en het doet alles wat hij wil. Dan zullen de aarde en de hemel beven. Dan geven de zon en de maan geen licht meer, en ook de sterren verliezen hun glans. Als de Heer komt, klinkt het alsof het onweert.
De dag dat de Heer komt, zal verschrikkelijk zijn. Niemand zal dan in leven blijven.
De Heer zegt: ‘Ik wil dat jullie mij weer gehoorzamen. Ga vasten, en laat je verdriet en je tranen aan mij zien. Jullie moeten naar mij luisteren. Dat moeten jullie niet alleen beloven, maar ook echt doen. Misschien krijg ik medelijden, en zal ik mijn plan veranderen. Dan zal ik weer iets op het land laten groeien, en dan hebben jullie weer graan en wijn om te offeren.
Want ik ben een goede God. Ik ben vol liefde en geduld. Ik ben trouw, en ik houd er niet van om mensen te straffen.’
Blaas op de trompet in Jeruzalem. Kies een dag uit waarop iedereen naar de tempel moet komen. Iedereen moet die dag vasten. Roep alle mensen bij elkaar, ook de oude mensen en alle kleine kinderen. Roep zelfs mensen weg van hun bruiloft! Zorg dat iedereen klaar is om naar de tempel te gaan.
Priesters, ga naar de tempel en bid bij het altaar: ‘Heer, red ons, want wij zijn uw eigen volk. Andere mensen lachen ons uit en vragen waarom u niets doet.’
De Heer zal medelijden krijgen met de mensen van zijn volk, en hij zal hen redden.
Dit zegt de Heer tegen zijn volk: ‘Ik zal jullie weer brood, wijn en olijven geven. Er zal meer dan genoeg te eten zijn, en niemand zal jullie meer uitlachen. Jullie vijanden dachten dat ze sterk waren, maar ik zal ze wegjagen. Ik jaag ze naar het westen en naar het oosten. Ik jaag ze naar de woestijn, en ik laat ze verdwijnen in de zee. Overal zullen jullie de geur van hun dode lichamen ruiken.’
De velden zullen niet langer leeg zijn. Er gaat weer van alles groeien, want de Heer heeft bijzondere dingen gedaan. De dieren hoeven niet meer bang te zijn, want de woestijn wordt weer groen. Ook daar gaat weer van alles groeien. De bomen zullen weer vruchten hebben.
De inwoners van Jeruzalem kunnen weer vrolijk zijn en juichen. Want de Heer, jullie God, geeft regen om alles te laten groeien. Hij laat het in ieder seizoen regenen op het goede moment. Daarom is er weer graan, zelfs meer dan jullie nodig hebben. En ook de bakken met druiven en olijven zijn weer helemaal vol.
Dit zegt de Heer: ‘Ik had een groot leger van sprinkhanen op jullie afgestuurd. Ze hebben alle bladeren opgegeten, en ze hebben alle planten kapotgemaakt. Ze aten alles op, totdat er niets meer overbleef. Maar nu zal ik alles weer goedmaken.
Jullie zullen weer te eten hebben, meer dan genoeg. Jullie zullen mij weer danken, want ik heb bijzondere dingen voor jullie gedaan. Ik ben de Heer, jullie God. Jullie zullen nooit meer uitgelachen worden. En jullie zullen weten dat ik altijd bij jullie ben. Alleen ik ben de Heer, de God van Israël!’
---
De Heer zegt: ‘Daarna zal ik aan alle mensen mijn geest geven. Aan mannen en vrouwen, aan oude en jonge mensen, en zelfs aan slaven en slavinnen. Aan alle mensen zal ik mijn geest geven. Dan zullen ze dromen krijgen en als profeten spreken.
Ik zal wonderen doen in de hemel en op de aarde. Jullie zullen bloed zien, en vuur en rookwolken. Want de verschrikkelijke dag dat ik kom, is dichtbij. De zon zal zwart worden, en de maan zo rood als bloed.
Maar iedereen die mij om hulp vraagt, zal kunnen vluchten. Want er zal een veilige plaats zijn op de berg Sion, in Jeruzalem. Dat beloof ik. Iedereen die ik uitkies, zal in leven blijven.’
---
De Heer zegt: ‘Ik zal de inwoners van Juda en Jeruzalem weer gelukkig maken. Maar ik zal de andere volken straffen. Ik zal ze bij elkaar brengen in het Oordeelsdal.
Die volken hebben veel slechte dingen gedaan. Want ze hebben mijn volk Israël weggejaagd naar verre landen. Mijn land hebben ze in stukken verdeeld, en mijn volk hebben ze verkocht. Ze verkochten jongens om zelf een nacht met een hoer te kunnen slapen. En ze ruilden meisjes tegen wijn om dronken te kunnen worden.’
De Heer zegt: ‘Wat denken de inwoners van Tyrus en Sidon eigenlijk? Wat denken de Filistijnen? Denken ze dat ze iets kunnen doen tegen mij? Als ze dat proberen, zullen ze meteen gestraft worden!
Ze hebben het goud en het zilver uit mijn land gestolen. En de mooiste spullen hebben ze in hun eigen paleizen gezet. Ze hebben de inwoners van Juda en Jeruzalem uit hun land gehaald en aan de Grieken verkocht. Maar ik zal mijn volk terughalen!
Daarna zal ik de andere volken straffen. Dan zullen zij zelf verkocht worden door de inwoners van Juda. En ze zullen in het land Saba terechtkomen, hier ver vandaan.’
De Heer zegt: ‘Luister goed, volken! En maak je klaar om tegen mij te vechten. Roep de legerleiders bij elkaar en laat alle soldaten komen. Zelfs zwakke mannen moeten meedoen aan de oorlog. Laat het gereedschap waarmee jullie op het land werken, smelten in het vuur. En maak er wapens van.
Iedereen moet nu naar het Oordeelsdal komen. Dan stuur ik mijn leger op jullie af. Kom hierheen, volken. Kom naar het Oordeelsdal. Daar ben ik om jullie allemaal te straffen!
Ik zal jullie doden. Ik zal jullie als rijpe druiven kapottrappen. Want jullie hebben veel slechte dingen gedaan. Ja, jullie hebben te veel slechte dingen gedaan. Er zullen heel veel mensen in het Oordeelsdal zijn. Daar zal ik beslissen wie ik zal straffen. Want de dag dat ik kom, is dichtbij.’
In Jeruzalem, op de berg Sion, spreekt de Heer. Zijn stem klinkt als het brullen van een leeuw. Als hij spreekt, beven de hemel en de aarde. De zon en de maan geven geen licht meer, en ook de sterren verliezen hun glans.
Maar het volk van Israël kan vluchten naar de Heer. Want bij hem zijn ze veilig. Ze zullen weten dat de Heer hun God is. Hij woont op de heilige berg Sion. En Jeruzalem zal weer een heilige stad zijn. Andere volken zullen daar niet meer komen.
Dan zullen er op de bergen weer wijngaarden vol met druiven zijn. Het vee zal meer dan genoeg melk geven. En in de rivieren van Juda zal weer water stromen. Vanuit de tempel van de Heer zal een rivier gaan stromen, die zelfs het droogste dal weer groen zal maken.
Maar Egypte zal verwoest worden, en Edom zal een droge woestijn worden. Want hun inwoners hebben Juda aangevallen en onschuldige mensen gedood. De Heer zal de daders straffen. Hij zal ze zeker straffen!
Maar in Juda zullen altijd mensen wonen, en Jeruzalem zal altijd blijven bestaan. Want de Heer zal daar wonen op de berg Sion.
---
Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 362.
Een podcast van het NBG.
Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.