Bijbel in een jaar

Dag 364 - Openbaring 15 tot en met 16

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.

0:00 | 6:20

Vandaag lezen we Openbaring 15 tot en met 16 uit de NBV21

🌟 Laat een review achter in jouw podcastapp!
📖 Lees mee via de app en houd je persoonlijke voortgang bij
🔎Ontdek nog meer manieren om mee te doen
📷Volg ons op Instagram
💡Schrijf je in voor tweewekelijkse Bijbelse inspiratie
❤️Lees meer over het Bijbelgenootschap

Je luistert naar het Bijbel in een jaar podcast van het NBG.

Dit is dag 364.

Vandaag lezen we Openbaring 15 tot en met 16.

Toen zag ik in de hemel opnieuw een belangrijk en wonderlijk teken. Ik zag zeven engelen die de mensen moesten straffen. Ze hadden zeven straffen bij zich. Dat waren de laatste straffen van God, want daarna zou zijn woede voorbij zijn.
Ik zag ook iets dat leek op een zee van glas, die schitterde als vuur. Op die zee van glas stonden mensen. Het waren de mensen die gewonnen hadden van het beest en van zijn beeld. Zij hadden het teken met het getal van zijn naam nooit gedragen.
Die mensen hadden harpen waarop ze muziek maakten voor God. En ze zongen het lied van Gods dienaar Mozes, en het lied van het lam:

‘Heer, machtige God,
u doet geweldige dingen.
U bent koning van alle volken,
uw oordeel is eerlijk en betrouwbaar.
Iedereen heeft eerbied voor u,
iedereen eert uw naam,
want alleen u bent heilig.
Alle volken zullen voor u knielen,
want zij zien alle goede dingen die u doet.’
Toen zag ik hoe in de hemel de tempel openging. Uit de tempel met de heilige tent kwamen de zeven engelen met de zeven straffen. De engelen droegen kleren van stralend wit linnen, en om hun borst hadden ze een gouden band.
Eén van de vier dieren gaf aan elke engel een gouden schaal. De schalen waren gevuld met de woede van God, die voor altijd en eeuwig leeft.
Daarna werd de tempel met rook gevuld, door de macht en de kracht van God. Niemand kon de tempel meer binnengaan, totdat de zeven straffen voorbij waren.

---

Vanuit de tempel hoorde ik een luide stem tegen de zeven engelen zeggen: ‘Neem de schalen mee die gevuld zijn met Gods woede, en giet ze leeg op aarde. Doe dat nu!’
De eerste engel ging weg, en goot zijn schaal leeg op aarde. Alle mensen die het beeld van het beest eerden en zijn teken droegen, werden ziek. Ze kregen pijnlijke zweren.
Daarna goot de tweede engel zijn schaal leeg in de zee. En het water in de zee veranderde in bloed, alsof er iemand in het water vermoord was. Alles wat in zee leefde, ging dood.
De derde engel goot zijn schaal leeg in waterbronnen en rivieren. Ook dat water veranderde in bloed. En ik hoorde de engel van het water zeggen: ‘U bent heilig. U bent de God die er is, en die er was. Uw oordeel is eerlijk. Want slechte mensen hebben uw volk en uw profeten vermoord, en nu doodt u die moordenaars. Dat verdienen ze!’
Van onder het altaar in de hemel antwoordde een stem: ‘Ja, Heer, machtige God. Uw oordeel is eerlijk en betrouwbaar.’
De vierde engel goot zijn schaal leeg over de zon. En de zon kreeg de kracht om mensen te verbranden met zijn vuur. Daardoor werd het vreselijk heet op aarde. De mensen vervloekten God omdat hij hen op die manier strafte. Toch veranderden ze hun leven niet, en ze eerden God niet.
De vijfde engel goot zijn schaal leeg over de troon van het beest, en het werd donker in het land waarover het beest heerste. De mensen beten van pijn op hun tong. En ze vervloekten de God van de hemel vanwege hun pijn en hun zweren. Maar ze veranderden hun slechte gedrag niet.
De zesde engel goot zijn schaal leeg in de Eufraat, en het water van die grote rivier droogde op. Zo ontstond er een weg voor de koningen van het Oosten met hun legers.
Daarna zag ik drie kwade geesten, die op kikkers leken. Eén geest kwam uit de bek van de draak, de tweede kwam uit de bek van het beest, en de derde kwam uit de mond van de valse profeet.
De drie kwade geesten deden wonderen. En ze gingen naar alle koningen op de aarde. Ze riepen hen bij elkaar voor de strijd. Die strijd zal gevoerd worden op de dag dat de machtige God oordeelt over de mensen. Jezus zegt over die dag: ‘Ik zal plotseling komen, net zo onverwacht als een dief. Gelukkig zijn de mensen die daarop voorbereid zijn, en die klaarstaan als ik kom.’
De kwade geesten brachten de koningen van de wereld bij elkaar op een plek die in het Hebreeuws Harmagedon heet.
Toen kwam de zevende engel. Die engel goot zijn schaal leeg in de lucht. En vanaf de troon in de tempel riep een luide stem: ‘Het is voorbij.’ Meteen kwam er bliksem en donder, en er was een zware aardbeving. Het was de grootste aardbeving ooit, nog nooit was er op aarde zo’n zware aardbeving geweest.
God was de grote stad Babylon niet vergeten. Hij liet haar zien hoe groot zijn woede was. De stad Babylon viel in drie stukken uit elkaar, en ook alle andere steden stortten in. Alle eilanden verdwenen en er was geen berg meer te vinden. Uit de hemel vielen grote hagelstenen van wel 40 kilo. Die hagelstenen waren zo verschrikkelijk, dat de mensen God vervloekten.

---

Dit is de Bijbel in een Jaar podcast dag 364.

Een podcast van het NBG.

Morgen staat er een nieuwe aflevering voor je klaar.

Podcasts we love

Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast Artwork

Dagvers - Dé dagelijkse Bijbelpodcast

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap